Inhoud
- Kennismaking met de doelstellingen van de opleiding.
- De politieopleidingen, het didactisch model, experimenteel leren, stressbeheer, bevoegdheden van de stagiair.
- Bevoegdheden van de stagiair, rolpatronen: mentor - stagecoördinator.
- Communicatie, motiveren, luistervaardigheid, onthaalgesprek, correctiegesprek, functioneringsgesprek.
- Administratie van de mentor en de student tijdens de stageperioden.
- Praktische oefeningen.
Leerdoelstellingen
Na deze opleiding je kan als mentor functioneren voor aspirant-agenten, aspirant-inspecteurs en aspirant-hoofdinspecteurs van politie.
Doelgroep
Je bent agent, inspecteur, hoofdinspecteur, officier van politie.
Bijkomende voorwaarden:
- Als laatste functioneringsevaluatie heb je geen evaluatie met eindvermelding "onvoldoende" opgelopen.
- Je bevindt je in een administratieve stand waarin je je aanspraken op bevordering of baremische loopbaan kan doen gelden.
- Je bezit een graadanciënniteit van ten minste vier jaar.
- Je hebt ten minste twee jaar ervaring binnen het betrokken lokale politiekorps of de betrokken algemene directie van de federale politie, die wordt berekend overeenkomstig de artikelen 5 tot 7 van het KB. van 20 november 2001 tot vaststelling van de nadere regels inzake mobiliteit van het personeel van de politiediensten.
Deelnamevoorwaarden
Onder voorbehoud van goedkeuring door de deputatie.
Toelating van de korpschef, directeur of zijn gemandateerde.
Lesmethode en werkvormen
Docenten passen de regels van de volwassenenopleiding toe. Doceren, onderwijsleergesprek, klassengesprek, groepsdiscussie, casusbespreking, demonstratie, oefeningen en rollenspelen met veel ruimte tot vraagstelling en interactie.
Beoordelingswijze
Evaluatie van de activiteitsgraad tijdens de opleiding en mondeling examen waarbij de kandidaat-mentor een casus bespreekt.